Er komt niet uit wat er in zit, wat moet ik doen?
Mijn kind haalt er niet uit wat er in zit
Je hebt het gevoel dat er meer in je zoon of dochter zit dan dat er uitkomt. Misschien zeggen docenten al jaren: “Hij kan veel meer dan hij laat zien”. Of misschien zie je het zelf:
- wisselende cijfers
- veel discussie over school
- weinig motivatie
- spijbelen, uitsturen
- uitstelgedrag
- nooit echt leren
- resultaten passen niet bij het advies van de basisschool.
Dan kan het zijn dat je kind aan het onderpresteren is. En dat is frustrerend. Vooral als het steeds minder gemotiveerd is voor school.
Voor jou als ouders, maar zeker ook voor je kind.
Met het juiste gesprek ontstaat er gelukkig snel weer beweging.
Onderpresteren is meer dan lage cijfers
Veel mensen denken dat een onderpresteerder vooral slechte cijfers haalt. Dat klopt niet altijd.
Sommige hoogbegaafde onderpresteerders halen onvoldoendes. Dat valt op.
Maar er zijn ook leerlingen die zonder moeite een voldoende halen maar er geen voldoening uit halen. Ze leren er niet voor, want dat is niet nodig. Ze lijken succesvol, maar ze ontwikkelen niet. Sommige leerlingen raken steeds meer vervreemd van school en gaan zich afvragen wat het nut ervan is.
Er zijn hoogbegaafde onderpresteerders, maar ook andere leerlingen kunnen dit zijn.
Het gaat over het verschil tussen wat een leerling zou moeten kunnen en wat hij daadwerkelijk laat zien.
Misschien heb je al gesprekken gevoerd met school. Misschien heb je geprobeerd te motiveren, grenzen te stellen of juist meer los te laten. En toch lijkt er weinig te veranderen.
Hoe herken je een onderpresteerder?
Onderpresteren ziet er bij iedere leerling anders uit. Toch zie je vaak dezelfde signalen:
- wisselende cijfers
- snel verveeld zijn
- alles op het laatste moment doen
- geen huiswerk afmaken
- faalangst
- perfectionisme
- veel discussie met docenten
- uit de les gestuurd worden vanwege grote mond
- Veel ziek, veel spijbelen
- Geen toekomstperspectief

Het gedrag is meestal niet het probleem
Als een leerling niet werkt, spijbelt of voortdurend de discussie zoekt, gaat de aandacht vaak naar het gedrag.
En dat is logisch. Maar gedrag vertelt een verhaal.
Wat er uitziet als een motivatieprobleem blijkt vaak iets anders te zijn.
Wat mij opvalt aan deze leerlingen is dat ze vaak contact zochten over gedrag van docenten. Of over de vraag waarom ze per se aanwezig moeten zijn. Of dat ze niet een ander keertje kunnen nakomen.
Mijn ervaring binnen het onderwijs is dat tijd en oprechte aandacht ervoor zorgen dat deze leerlingen hun verhaal gaan vertellen. Ze gaan open en vertellen vaak dingen die ze al lange tijd voor zich hebben gehouden.
Hoogbegaafdheid speelt regelmatig een rol
In alle schoolsoorten komen onderpresteerders voor. In de havo en het vmbo zijn het vaak de creatieve slimme leerlingen. En op het vwo de cognitief sterke leerlingen.
En in de periode dat ik verzuimcoördinator was ontdekten we juist door het spijbelen en de wisselende cijfers dat de leerling hoogbegaafd was. Dat bleek nadat we ouders hierover hadden ingelicht. Meestal waren deze ouders dan al heel lang aan het twijfelen of een intelligentieonderzoek een goed idee zou zijn.
Dat betekent niet dat iedere onderpresteerder hoogbegaafd is.
Er bestaat niet één soort onderpresteerder
Onderpresteerders zijn allemaal anders. Er zijn leerlingen die alles uitstellen. Leerlingen die zich aanpassen. Of zich juist verstoppen. Leerlingen die overal een grap van maken. Of leerlingen die ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk een les uitgezet worden.
Daarom geloof ik niet in snelle conclusies. Het maakt mij wel altijd heel nieuwsgierig naar deze leerling:
- hoe denkt deze leerling over zichzelf?
- wat heeft deze leerling nodig?
- bij welke docenten gaat het wel goed?
- halen ze de goede cijfers bij de moeilijke vakken?
- wat waren de verwachtingen van de basisschool?
Mijn aanpak
Onderpresteren heeft vaak een zichtbare kant: lage cijfers, uitstelgedrag, spijbelen of discussies op school. Maar meestal speelt er meer.
Daarom kijk ik niet alleen naar gedrag of prestaties. Ik wil begrijpen wat er achter het gedrag zit. Wat denkt deze jongere over zichzelf? Waar loopt hij of zij op vast? En wat is er nodig om weer in beweging te komen?
In gesprekken kijken we samen naar de feiten: cijfers, absenties, schoolervaringen en verwachtingen. Vervolgens onderzoeken we welke patronen daarin zichtbaar worden. Vaak ontstaat er dan meer begrip voor wat er speelt.
Ik help jongeren om inzicht te krijgen in hoe hun gedachten werken, welke invloed die hebben op hun gedrag en welke alternatieven mogelijk zijn. Daarbij besteed ik veel aandacht aan drie basisbehoeften die voor iedere jongere belangrijk zijn:
- autonomie: invloed ervaren op je eigen keuzes;
- competentie: ervaren dat je ergens toe in staat bent;
- verbinding: je gezien en begrepen voelen.
Wanneer die basis weer sterker wordt, ontstaat er vaak meer motivatie, meer vertrouwen en meer plezier. Niet doordat iemand harder zijn best gaat doen, maar doordat er weer beweging ontstaat.
Herken je jouw kind hierin?
Heb je het gevoel dat er meer in je zoon of dochter zit dan er nu uitkomt?
Twijfel je of er sprake is van onderpresteren?
Of merk je dat school steeds meer energie kost en steeds minder oplevert?
Dan denk ik graag met je mee. Samen onderzoeken we wat er speelt en welke stap op dit moment helpend kan zijn.
Neem gerust contact op voor een eerste gesprek.
Wil je eens sparren over jouw situatie?
Al allerlei gesprekken gevoerd en komt ook school niet meer verder? Ik denk graag met je mee over de volgende stap.
