Er zijn verschillende typen onderpresteerders, zeker onder de hoogbegaafde leerlingen. at idee had ik al wel, maar omdat ik – op wat zelfstudie na – geen opleiding over hoogbegaafdheid heb gedaan, kon ik het nooit goed verwoorden. Een poosje geleden zag ik er een mooi artikel over bij Karin van Toor. En dat helpt mij wel om te kijken naar de leerlingen die ik tegenkom.
6 typen onderpresteerders
Jongeren in een hokje plaatsen, ik ben er niet zo gek op. We zijn daar allemaal veel te uniek voor. De onderpresteerders kom ik op het spoor doordat ze anders zijn dan de andere leerlingen. Sommige leerlingen hebben vervelend gedrag en worden daarom uit de les gestuurd. Maar de onderpresteerders worden uit de les gestuurd omdat ze als brutaal ervaren worden of omdat ze de machtsstrijd aangaan met docenten. En als ze spijbelen is dat niet omdat ze liever in de stad zijn of bij de snackbar. Nee, ze spijbelen omdat ze de les niet nodig vinden of omdat ze hun tijd beter kunnen gebruiken.
In het artikel van Karin van Toor worden zes typen onderpresteerders beschreven:
1. De Uitsteller
2. De verborgen Perfectionist (zorgenmaker en dwangmatige)
3. De Martelaar
4. Het Verlegen type
5. Het Sociale type
6. De Oplichter / De Charmeur
Een zevende type? De machteloze onderpresteerder
Ik heb zo’n idee dat er ook wel mixen mogelijk zijn tussen deze onderpresteerders. Pas kwam ik bijvoorbeeld een onderpresterende leerling tegen die ik de ‘machteloze onderpresteerder’ noemde. Die staat officieel niet in het rijtje, maar wat mij betreft is hij een mix van 1, 3 en 5. Ik noemde hem zo omdat hij vooral veel machteloosheid ervoer. En die bewoordingen herkende hij zelf, maar ook zijn ouders begrepen het direct. (Ik mag geen diagnoses stellen, dus ik geef alleen aan wat ik zie in leerlingen).
Zo’n lijst met typen onderpresteerders maakt goed duidelijk dat er niet één bepaalde onderpresteerder is. Ieder persoon reageert natuurlijk vanuit zijn eigen persoonlijkheid en levenservaring en -situatie op de onderwijssituatie.
Scherp gesprek
Vaak komt een leerling bij mij omdat hij niet meer gemotiveerd is voor school. Veel van deze leerlingen spijbelen regelmatig. De cijfers zijn slecht en het lukt niet meer om goed aan het werk te gaan. Wat ik dan regelmatig hoor is:
“Ik voel dat ik meer kan.”
Dat vind ik een prachtig zinnetje. Voor mij vat het precies die onmacht samen: ze willen wel, maar het lukt niet meer. (Lees ook het blog over het leugentje).
In een scherp gesprek komt zo’n leerling langzaam weer in beweging. Het vooruitzicht van meer autonomie en vrijheid schudt hen wakker. De scherpte van het gesprek doet hen goed — en eerlijk gezegd krijg ik er zelf ook veel energie van. Voor mij is zo’n gesprek vaak ook een bevestiging dat we te maken hebben met een intelligente leerling.
Er zijn namelijk ook gesprekken waarin dat anders loopt. Sommige leerlingen kunnen mijn manier van praten minder goed volgen; ze raken mijn hak-op-de-tak kwijt. Bij hen teken ik het gesprek letterlijk uit om het te verduidelijken.
Bij de intelligentere leerlingen doe ik juist iets anders: daar teken ik hun gedachten uit op het bord. Dat helpt om patronen zichtbaar te maken en geeft vaak snel inzicht.
Achter alle typen onderpresteerders zitten normale psychologische mechanismen. Als je die herkent, kun je een helpend gesprek voeren. Intelligente leerlingen zijn vaak beter in staat hun moeilijkheden te omzeilen of te verhullen. Ze hebben mooie verklaringen voor hun gedrag en hun denken. Dat vraagt om scherpte — en tegelijk om begrip en waardering — en soms ook om steviger te zijn dan bij andere leerlingen.
Het blog van Karin geeft overigens goede handvatten om het gesprek te voeren met deze onderpresterende leerlingen. Lees hier wat ik kan doen.
De types onderpresteerders komen uit het boek Bright Minds, Poor Grades (aff.) van Michael D. Whitley.









Geef een reactie