Het schooljaar is weer begonnen. Nieuwe klassen, nieuwe roosters, nieuwe voornemens.
Toch zijn er ook leerlingen die al in de eerste weken beginnen te worstelen. Ze komen vaker te laat, leveren opdrachten niet in, missen lessen of trekken zich langzaam terug.
Vaak zien we het gedrag. Maar begrijpen we ook wat erachter zit?
Op papier hebben deze leerlingen meestal precies de persoon die hen kan helpen: hun mentor.
Toch stappen veel leerlingen niet zomaar naar hun mentor toe. Dat is opvallend,want juist wanneer leerlingen vastlopen op school verwachten we vaak dat zij hulp vragen.
In het onderwijs zeggen we vaak: “Je kunt altijd bij me terecht.” En meestal menen we dat ook. Mentoren zijn betrokken, willen helpen en maken tijd voor hun leerlingen. Toch blijkt een open deur niet automatisch te betekenen dat leerlingen naar binnen lopen.
Waarom leerlingen niet om hulp vragen
Misschien komt dat omdat we soms meer van leerlingen verwachten dan we doorhebben. We verwachten dat ze herkennen dat er een probleem is. Dat ze begrijpen waar dat probleem vandaan komt. En dat ze onder woorden kunnen brengen wat ze nodig hebben.
Maar veel leerlingen die vastlopen, zitten juist met dat laatste.
Ze merken wel dat school zwaarder voelt. Dat ze minder motivatie hebben. Dat ze steeds vaker vermijden wat eigenlijk moet. Alleen weten ze zelf vaak nog niet precies waarom.
Ik hoor dan opmerkingen als:
“Gaat wel.”
“Ben gewoon moe.”
“Geen zin.”
Dat klinkt oppervlakkig, maar er zit regelmatig meer achter. Stress, onzekerheid, frustratie, een conflict thuis, sociale druk of simpelweg het gevoel voortdurend achter de feiten aan te lopen.
Alleen hebben leerlingen daar niet altijd meteen woorden voor.
En als je zelf nog niet begrijpt wat er misgaat, wordt hulp vragen ingewikkeld. Je kunt moeilijk uitleggen wat er aan de hand is als je daar zelf nog niet helemaal zicht op hebt.
Wanneer een mentorgesprek vastloopt
Misschien is dat ook een van de redenen waarom gesprekken soms vastlopen.
Veel mentoren willen graag helpen. Logisch ook. Als een leerling iets deelt, is de neiging groot om mee te denken en oplossingen aan te dragen.
Dat gebeurt meestal vanuit betrokkenheid.
Toch zie ik regelmatig dat een gesprek juist op dat moment stilvalt.
De leerling vertelt iets. De mentor denkt mee. De mentor geeft advies.
Op papier lijkt dat een goed gesprek. Maar in de praktijk is de leerling soms nog helemaal niet toe aan oplossingen. Die probeert eerst nog te begrijpen wat er eigenlijk speelt.
Daardoor ontstaat er een gekke situatie. De mentor is al bezig met de volgende stap, terwijl de leerling nog bij de eerste stap zit.
Het gevolg is dat het gesprek oppervlakkig blijft. Niet omdat iemand iets verkeerd doet, maar omdat beide personen op een ander punt in het proces zitten.
Begin met observaties in plaats van oplossingen
Wat in zulke situaties vaak beter werkt, is minder snel oplossen en iets langer onderzoeken.
Niet meteen: “Heb je al geprobeerd om…”
Maar eerst: “Hoe kijk je er zelf naar?”
Of: “Wanneer begon dit eigenlijk?”
Dat soort vragen levert niet altijd direct antwoorden op. Maar het helpt leerlingen vaak wel om zelf verbanden te gaan zien.
In mijn werk als leerlingbegeleider en verzuimcoördinator merkte ik daarnaast hoe waardevol het kan zijn om een gesprek te starten vanuit iets concreets.
Niet met de vraag: “Wat is er aan de hand?”
Maar met iets dat zichtbaar is.
Een reeks te laatmeldingen. Een daling van cijfers. Gemiste opdrachten. Veel afwezigheid.
Dat maakt een gesprek vaak minder spannend. Je hoeft niet direct te praten over gevoelens of problemen. Je kijkt eerst samen naar wat er feitelijk gebeurt.
“Ik zie dat je de afgelopen weken regelmatig te laat bent geweest. Wat valt jou daar zelf aan op?”
Of:
“Je resultaten zijn anders dan vorig jaar. Hoe kijk jij daartegenaan?”
Dat zijn geen beschuldigingen. Het zijn observaties.
Juist daarom werken ze vaak zo goed.
Systemen als Magister of Somtoday geven daarbij niet alleen informatie voor school, maar ook een ingang voor een gesprek. Ze maken zichtbaar wat er gebeurt, zonder dat je direct hoeft te weten waarom het gebeurt.
Van daaruit ontstaat vaak meer ruimte om verder te kijken.
Vertrouwen ontstaat tussen de gesprekken door
Wat daarbij helpt, is beseffen dat vertrouwen meestal niet ontstaat in dat ene geplande mentorgesprek.
Vertrouwen groeit onderweg.
In een kort praatje op de gang. Even informeren na een toetsweek. Terugkomen op iets dat eerder besproken is. Laten merken dat je iets hebt onthouden.
Leerlingen voelen vaak feilloos aan of iemand echt nieuwsgierig is naar hun verhaal, of vooral bezig is om een probleem op te lossen.
Juist die kleine contactmomenten bepalen vaak of een leerling later bereid is iets meer van zichzelf te laten zien.
Achter gedrag zit meer dan onwil
Daarnaast speelt er nog iets anders mee. Veel leerlingen zijn voorzichtig met wat ze vertellen omdat ze niet goed weten wat er daarna gebeurt.
Ze zijn bang dat iets direct groter wordt dan ze bedoeld hadden.
Dat ouders worden gebeld.
Dat er allerlei gesprekken volgen.
Dat ze ineens een leerling met een probleem worden.
Soms kiezen leerlingen daarom voor de veilige route: weinig zeggen en hopen dat het vanzelf overgaat.
Dat maakt het verleidelijk om hun gedrag als onwil te zien.
Maar dat is lang niet altijd terecht.
Als leerlingen geen hulp vragen, betekent dat niet automatisch dat ze geen hulp willen. Regelmatig klopt het moment nog niet, ontbreekt het vertrouwen of heeft een leerling zelf nog onvoldoende zicht op waar hij precies vastloopt.
Wanneer je daar rekening mee houdt, verandert ook de manier waarop je naar gedrag kijkt.
Minder als weerstand.
Meer als informatie.
Meer als een signaal dat er nog iets ontdekt moet worden.
Vroeg signaleren voorkomt grotere problemen
Juist aan het begin van een schooljaar liggen daar kansen. De verschillen zijn dan vaak nog klein. Een paar gemiste opdrachten. Een leerling die wat stiller wordt. Iemand die net iets vaker te laat komt dan vorig jaar.
Dat lijken misschien kleine dingen, maar vaak begint daar het verhaal.
Niet door harder te trekken aan motivatie of verantwoordelijkheid, maar door nieuwsgierig te blijven naar wat erachter zit.
Want een goed gesprek begint meestal niet met een oplossing.
Het begint met iemand die oprecht probeert te begrijpen wat er gebeurt.
In mijn werk begeleid ik regelmatig leerlingen waarbij mentorgesprekken, gesprekken met ouders of afspraken met school telkens op hetzelfde punt blijven hangen. Vaak blijkt niet de motivatie het probleem, maar ontbreekt er nog zicht op wat er precies speelt.
Door eerst te onderzoeken wat zichtbaar wordt in gedrag, aanwezigheid, cijfers en reacties, ontstaat er vaak meer duidelijkheid en beweging.
Sparren?
Merk je dat gesprekken met een leerling steeds op hetzelfde punt vastlopen? Of zie je signalen van schoolverzuim, verminderde motivatie of terugtrekkend gedrag, maar krijg je er moeilijk zicht op?
Of vraagt de leerling meer tijd dan je kunt bieden? Dan kan ik als externe begeleider instappen.
Dan denk ik graag met je mee. Soms helpt het om eerst samen te kijken naar wat er feitelijk gebeurt en van daaruit het gesprek verder op te bouwen.
Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.










Geef een reactie